Restwaarde: wat het is en hoe het je leasetermijn bepaalt

De restwaarde is een begrip dat je maandlast bij lease grotendeels bepaalt, maar dat veel ondernemers pas leren kennen als ze het contract al tekenen. Terwijl juist die restwaarde het verschil kan maken tussen een aantrekkelijke en een dure leaseconstructie. In dit artikel lees je wat restwaarde precies is, hoe het je leasetermijn beïnvloedt, welke rol het speelt bij financial en operational lease, en waar je op moet letten om niet voor verrassingen te komen staan.

Operational of financial lease vergelijken voor een bedrijfsmiddel

2000+ ondernemers zijn je inmiddels voorgegaan

Restwaarde

Heb je geld nodig? Er zijn heel veel verschillende mogelijkheden, ook zonder BKR toetsing en registratie. Laat je goed voorlichten! Dit kan je heel veel tijd, geld en frustratie besparen. Onze adviseurs helpen je graag met de zoektocht naar de juiste, verantwoorde en voordelige financiering.

Wat is restwaarde?

De restwaarde is de geschatte waarde van een bedrijfsmiddel aan het einde van de leaseperiode of de gebruiksduur. Het is wat het object, een auto, machine of installatie, naar verwachting nog waard is nadat je het een aantal jaren hebt gebruikt.

Een voorbeeld: lease je een bedrijfsauto van € 40.000 over vier jaar, en is de geschatte waarde na die vier jaar € 16.000, dan is € 16.000 de restwaarde. Je betaalt tijdens de looptijd in feite voor het verschil: de waardevermindering van € 24.000, plus rente en eventuele kosten. Die restwaarde is dus geen detail, maar een directe rekenfactor in wat je maandelijks kwijt bent.


Hoe beïnvloedt de restwaarde je leasetermijn?

Hier zit de kern van waarom restwaarde er zoveel toe doet. Je leasetermijn wordt grofweg bepaald door het bedrag dat je financiert (de aanschafwaarde min de restwaarde), verdeeld over de looptijd, plus rente. Dat betekent:

  • Een hoge restwaarde → je financiert een kleiner deel van de waarde → lagere maandtermijn
  • Een lage restwaarde → je financiert een groter deel van de waarde → hogere maandtermijn

Het klinkt aantrekkelijk om voor een zo hoog mogelijke restwaarde te gaan, omdat je maandlast dan daalt. Maar daar zit een addertje onder het gras, en dat is precies waar je moet opletten.


Het risico van een te hoog geschatte restwaarde

Een restwaarde is een schátting, niemand weet exact wat een object over vier jaar waard is. En dat brengt risico met zich mee, afhankelijk van je leasevorm.

Bij financial lease, waar je vaak met een slottermijn werkt, is de restwaarde meestal het bedrag dat je aan het eind nog moet betalen om eigenaar te worden. Is die restwaarde te hoog ingeschat en is het object in werkelijkheid minder waard, dan betaal je aan het eind meer dan het bedrijfsmiddel waard is. Je maandlasten waren laag, maar de rekening komt aan het eind.

Bij operational lease ligt dit risico doorgaans bij de leasemaatschappij, omdat zij eigenaar blijft en het object terugneemt. Een tegenvallende restwaarde is dan hún probleem, niet het jouwe. Een van de redenen waarom operational lease meer “zorgeloos” aanvoelt.

Dit verschil in wie het restwaarderisico draagt, is een belangrijk onderdeel van de keuze tussen operational of financial lease.

Welke factoren bepalen de restwaarde?

Leasemaatschappijen schatten de restwaarde op basis van een aantal factoren:

  • Het type bedrijfsmiddel; sommige objecten behouden hun waarde beter dan andere
  • De verwachte levensduur; hoe langer een object meegaat, hoe hoger de restwaarde bij gelijke looptijd
  • De looptijd van het contract; hoe langer je least, hoe lager de restwaarde aan het eind
  • Het verwachte gebruik; intensief gebruik (bijvoorbeeld veel kilometers bij een voertuig) drukt de restwaarde
  • Marktontwikkelingen; vraag en aanbod op de tweedehandsmarkt beïnvloeden wat een object later waard is

Voor objecten die hun waarde goed vasthouden, kan een leasemaatschappij een gunstigere restwaarde hanteren, wat je maandlast verlaagt. Bij snel verouderende apparatuur is de restwaarde juist laag.

Restwaarde en je werkkapitaal

De restwaarde heeft ook een link met je liquiditeit. Een lease met een hoge restwaarde en dus lage maandtermijnen houdt op de korte termijn meer werkkapitaal vrij, prettig voor je cashflow. Maar je moet dan wel rekening houden met die slottermijn aan het eind bij financial lease.

Het is dus een afweging tussen lage lasten nu en een grotere verplichting later. Voor ondernemers die hun werkkapitaal willen sparen, kan een hogere restwaarde aantrekkelijk zijn, mits je de slottermijn aan het eind kunt dragen of het object dan wilt vervangen.

Waar moet je op letten bij de restwaarde?

Een paar praktische aandachtspunten voordat je een leasecontract tekent:

  • Vraag hoe de restwaarde is bepaald; een realistische schatting voorkomt verrassingen aan het eind
  • Let op de slottermijn bij financial lease; dit is vaak gelijk aan de restwaarde en moet je kunnen betalen of herfinancieren
  • Check wie het restwaarderisico draagt; bij financial lease meestal jij, bij operational lease de leasemaatschappij
  • Wees voorzichtig met te lage maandlasten; een verdacht lage termijn kan duiden op een optimistisch hoge restwaarde, met een tegenvaller aan het eind
  • Houd rekening met je gebruik; ga je het object intensief gebruiken, dan kan de werkelijke restwaarde lager uitvallen dan geschat

Voor achtergrond over leasevormen en hun voorwaarden is de Kamer van Koophandel een gezaghebbende bron die de begrippen helder toelicht.


Veelgestelde vragen over restwaarde

De geschatte waarde van het bedrijfsmiddel aan het einde van de leaseperiode. Je betaalt tijdens de looptijd in feite voor de waardevermindering, niet voor de volledige aanschafwaarde.

Een hogere restwaarde betekent dat je een kleiner deel van de waarde financiert, wat je maandtermijn verlaagt. Een lagere restwaarde verhoogt je maandlast.

Bij financial lease betaal je dan aan het eind via de slottermijn mogelijk meer dan het object waard is. Bij operational lease ligt dat risico bij de leasemaatschappij.

De leasemaatschappij, op basis van het type object, de looptijd, het verwachte gebruik en marktontwikkelingen op de tweedehandsmarkt.

Niet per se. Je maandlasten zijn lager, maar bij financial lease krijg je te maken met een hogere slottermijn aan het eind. Weeg lage lasten nu af tegen de verplichting later.

Bij financial lease draag je het risico van een tegenvallende restwaarde meestal zelf. Bij operational lease ligt dat risico bij de leasemaatschappij, omdat zij eigenaar blijft.


Gerelateerde onderwerpen


Deze pagina is geschreven door René Wildòer. René is al 30 jaar werkzaam als financieel adviseur op financieringsgebied. René heeft een vergunning bij de AFM met het nummer 12050967 en is in het bezit van de WFT diploma’s voor Schade Particulier, Schade Zakelijk, Consumptief Krediet, Basis, Vermogen, Inkomen en Hypothecair Krediet.

Meer weten? Kijk op zijn LinkedIn profiel of op zijn Bio

Onze partners zijn bekend van: